Taal
Nederlands
ERK-niveau
A1
Thema
Dagelijks Leven en Leren
Gekoppelde cursus
Nederlands A1

Kernwoorden

Voorbeelden binnen het onderwerp

Mijn neus is boven de mond.

Engels: My nose is above the mouth.

Hij is thuis.

Engels: He is at home.

Het toetsenbord ligt op het bureau.

Engels: The keyboard is on the desk.

Kijk naar het nummer erop.

Engels: Look at the number on it.

Verder verkennen