Taal
Frans
ERK-niveau
A1
Thema
Vie Quotidienne et Apprentissage
Gekoppelde cursus
Frans A1

Kernwoorden

Verhaal

L’étoile de papier de Hugo

  1. Dans la chambre de Hugo, il y a une lampe douce et une près de la.

    In de kamer van Hugo staat een zachte lamp en nog een ernaast.

  2. Il veut lire une histoire avant de dormir.

    Hij wil een verhaaltje lezen voordat hij gaat slapen.

  3. Sa maman, Claire, pose un sur la table.

    Haar mama, Claire, zet er een op de tafel.

  4. La chambre est calme.

    De kamer is rustig.

  5. Claire ouvre le livre et trouve la page avec un petit soleil.

    Claire opent het boek en vindt de bladzijde met een kleine zon.

  6. Ils s'assoient sur le tapis, près de la table.

    Ze gaan op het tapijt zitten, vlak bij de tafel.

  7. Un petit vent entre par la fenêtre et tourne les pages du livre.

    Een klein windje komt door het raam en slaat de bladzijden van het boek om.

  8. La page part, et Hugo ne voit plus l'image du soleil.

    De pagina verdwijnt en Hugo ziet de afbeelding van de zon niet meer.

  9. Hugo ne pleure pas, il respire et sent son corps devenir tranquille.

    Hugo huilt niet, hij ademt en voelt zijn lichaam rustig worden.

  10. Claire se lève, ferme doucement la fenêtre, et sourit.

    Claire staat op, sluit zachtjes het raam en glimlacht.

  11. Elle plie un petit morceau de et fait un marque-page en étoile.

    Ze vouwt een klein stukje papier en maakt er een bladwijzer in de vorm van een ster van.

  12. Claire pose le livre sur la table, au coin droit.

    Claire zet het boek op de tafel, in de rechterhoek.

  13. Avec l'étoile, ils retrouvent vite la bonne page et rient doucement.

    Met het sterretje vinden ze snel de juiste pagina en lachen zachtjes.

  14. Claire lit, et Hugo écoute la belle histoire, tout près d'elle.

    Claire leest, en Hugo luistert naar het mooie verhaal, heel dicht bij haar.

  15. Il baille, la lampe baisse, et la nuit est douce.

    Hij geeuwt, de lamp dimt en de nacht is zacht.

Voorbeelden binnen het onderwerp

Mon corps peut lire des histoires.

Nederlands: Mijn lichaam kan verhalen lezen.

Nous nous asseyons sur la table.

Nederlands: Wij zitten op de tafel.

Je vois une fenêtre.

Nederlands: Ik zie een raam.

Cherche le papier là-bas.

Nederlands: Zoek het papier daar.

Verder verkennen

Speel SmartWords-spellen

Zes woordspellen gebouwd op onze echte woordenschat — gratis in de browser, geen installatie nodig.

Open de spelhub →
  • Word Sling illustration

    Word Sling

    Match het middelste woord onder tijdsdruk en houd je combo vast.

    Speel nu →
  • Word Gate illustration

    Word Gate

    Vlieg door de juiste poort voordat de snelheid opvoert.

    Speel nu →
  • Word Ninja illustration

    Word Ninja

    Snijd de woorden in de doeltaal, ontwijk de afleider in de hoofdtaal en ga voor het aangekondigde bonusdoel.

    Speel nu →
  • Word Zip illustration

    Word Zip

    Volg één pad over het bord, raak elk letterankerpunt op volgorde en vul elk open vakje.

    Speel nu →
  • Word Oddity illustration

    Word Oddity

    Kies het woord dat niet past uit een thematische set — elke tik toont meteen alle vier betekenissen en afbeeldingen, zodat de ronde ook een flashcard wordt.

    Speel nu →
  • Word Memory illustration

    Word Memory

    Draai kaarten om en koppel woorden in de doeltaal aan hun betekenis in de hoofdtaal voordat je levens op zijn.

    Speel nu →