Je parle.
Nederlands: Ik spreek.
Franse onderwerpvoornaamwoorden zijn woorden zoals 'je', 'tu', 'il', enzovoort, die aangeven wie de handeling uitvoert in een zin.
Gebruik Franse onderwerpvoornaamwoorden om aan te geven wie iets doet in de zin. In het Frans staat er altijd een onderwerpvoornaamwoord vóór het werkwoord.
Je parle.
Nederlands: Ik spreek.
Tu chantes.
Nederlands: Jij zingt.
Il mange une pomme.
Nederlands: Hij eet een appel.
Nous habitons à Paris.
Nederlands: Wij wonen in Parijs.
Elles jouent au football.
Nederlands: Zij (vrouwelijk) spelen voetbal.