Taal
Nederlands
ERK-niveau
A1
Thema
Dagelijkse Zelfstandige Naamwoorden
Gekoppelde cursus
Nederlands A1

Kernwoorden

Voorbeelden binnen het onderwerp

Het vliegtuig heeft een staart.

Engels: The airplane has a tail.

Ga en steek de straat over.

Engels: Go and cross the street.

Ze vink in de bus.

Engels: They tick on the bus.

Zij spelen met een knuppel.

Engels: They play with a bat.

Verder verkennen