Taal
Nederlands
Niveau
A1
Eenheid
Werkwoorden en werkwoordsvormen
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

'Kunnen' en 'willen' zijn modale werkwoorden. Ze geven aan of je iets kunt (mogelijkheid of vaardigheid) of wilt (verlangen of wens). Je gebruikt ze samen met een ander werkwoord in de infinitief.

Wanneer je het gebruikt

Gebruik 'kunnen' om te zeggen dat je iets kunt of dat iets mogelijk is. Gebruik 'willen' om te zeggen dat je iets wilt doen of hebben.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

Ik kan fietsen.

Wil jij koffie?

Wij kunnen samen werken.

Hij wil naar huis gaan.

Kunnen jullie helpen?

Tips

Uitzonderingen en randgevallen

Verder verkennen