Il a dit qu’il était fatigué.
Nederlands: Hij zei dat hij moe was.
Discours indirect au passé is in het Frans de manier om te vertellen wat iemand in het verleden heeft gezegd, zonder zijn precieze woorden te herhalen. Je moet dan meestal de tijd van het werkwoord aanpassen.
Gebruik discours indirect au passé als je in het Frans wilt vertellen wat iemand heeft gezegd, gevraagd of gedacht, vooral als het inleidende werkwoord in de verleden tijd staat.
Il a dit qu’il était fatigué.
Nederlands: Hij zei dat hij moe was.
Elle a expliqué qu’elle avait déjà mangé.
Nederlands: Zij legde uit dat ze al gegeten had.
Nous avons demandé si tu viendrais.
Nederlands: Wij vroegen of jij zou komen.
Ils ont dit qu’ils partiraient le lendemain.
Nederlands: Zij zeiden dat ze de volgende dag zouden vertrekken.