Si j'avais eu de l'argent, j'aurais voyagé.
Nederlands: Als ik geld had gehad, zou ik gereisd hebben.
Het Franse 'conditionnel passé' is een samengestelde tijd die je gebruikt om te zeggen wat in het verleden had kunnen gebeuren, maar niet gebeurd is. Je gebruikt het vaak om spijt, verwijten of onzekere informatie uit te drukken.
Gebruik de conditionnel passé in het Frans om: (1) te praten over iets dat in het verleden had kunnen gebeuren als de omstandigheden anders waren, (2) spijt of een verwijt te uiten, (3) onzekerheid of geruchten over het verleden te melden.
Si j'avais eu de l'argent, j'aurais voyagé.
Nederlands: Als ik geld had gehad, zou ik gereisd hebben.
Tu aurais pu demander de l'aide.
Nederlands: Je had om hulp kunnen vragen.
Nous serions arrivés plus tôt sans file.
Nederlands: We zouden eerder aangekomen zijn zonder file.
Ils auraient aimé participer.
Nederlands: Zij zouden graag meegedaan hebben.