Taal
Nederlands
ERK-niveau
A1
Thema
Dagelijks Leven en Activiteiten
Gekoppelde cursus
Nederlands A1

Kernwoorden

Voorbeelden binnen het onderwerp

Speel je honkbal?

Engels: Do you play baseball game?

Zij spelen badminton.

Engels: They play badminton game.

Er is hier een speeltuin.

Engels: There is a playground here.

Zij spelen vaak basketbal.

Engels: They play basketball-sport often.

Verder verkennen