Taal
Nederlands
Niveau
A1
Eenheid
Bijvoeglijke naamwoorden en zinsstructuur
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

Met 'en', 'maar' en 'want' kun je in het Nederlands twee hoofdzinnen aan elkaar verbinden. Dit noem je samengestelde zinnen.

Wanneer je het gebruikt

Gebruik deze woorden om informatie toe te voegen ('en'), een tegenstelling aan te geven ('maar') of een reden te geven ('want').

Belangrijke vormen

Voorbeelden

Ik heb een hond en ik heb een kat.

Zij leest een boek maar hij kijkt tv.

Ik ben moe want ik heb hard gewerkt.

Wij gaan naar het park en jullie blijven thuis.

Hij wil komen maar hij heeft geen tijd.

Tips

Verder verkennen