Taal
Frans
Niveau
B1
Eenheid
Accord du participe passé
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

Het 'accord du participe passé' betekent dat het voltooid deelwoord in het Frans soms verandert om te passen bij het geslacht en het aantal van het woord waar het naar verwijst.

Wanneer je het gebruikt

Je gebruikt de overeenkomst van het voltooid deelwoord in het Frans vooral bij werkwoorden die 'être' als hulpwerkwoord hebben (het deelwoord past zich aan aan het onderwerp), en soms bij 'avoir' als het lijdend voorwerp vóór het werkwoord staat.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

Elle est allée au marché.

Nederlands: Zij is naar de markt gegaan.

Ils sont partis tôt.

Nederlands: Zij zijn vroeg vertrokken.

Les pommes que j'ai mangées étaient délicieuses.

Nederlands: De appels die ik heb gegeten waren heerlijk.

Nous avons vu les filles.

Nederlands: Wij hebben de meisjes gezien.

La lettre que tu as écrite est sur la table.

Nederlands: De brief die je hebt geschreven ligt op de tafel.

Tips

Uitzonderingen en randgevallen

Verder verkennen