Elle est allée au marché.
Nederlands: Zij is naar de markt gegaan.
Het 'accord du participe passé' betekent dat het voltooid deelwoord in het Frans soms verandert om te passen bij het geslacht en het aantal van het woord waar het naar verwijst.
Je gebruikt de overeenkomst van het voltooid deelwoord in het Frans vooral bij werkwoorden die 'être' als hulpwerkwoord hebben (het deelwoord past zich aan aan het onderwerp), en soms bij 'avoir' als het lijdend voorwerp vóór het werkwoord staat.
Elle est allée au marché.
Nederlands: Zij is naar de markt gegaan.
Ils sont partis tôt.
Nederlands: Zij zijn vroeg vertrokken.
Les pommes que j'ai mangées étaient délicieuses.
Nederlands: De appels die ik heb gegeten waren heerlijk.
Nous avons vu les filles.
Nederlands: Wij hebben de meisjes gezien.
La lettre que tu as écrite est sur la table.
Nederlands: De brief die je hebt geschreven ligt op de tafel.