Taal
Frans
Niveau
B1
Eenheid
Prépositions
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

Franse voorzetsels van plaats zijn woorden die aangeven waar iemand of iets zich bevindt. Ze beschrijven de positie of richting ten opzichte van iets anders.

Wanneer je het gebruikt

Gebruik deze voorzetsels om te vertellen waar een persoon of object is, om aanwijzingen te geven of om posities in de ruimte te beschrijven.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

Le chat est sous la table.

Nederlands: De kat is onder de tafel.

La boulangerie est à côté de la banque.

Nederlands: De bakker is naast de bank.

Il y a un parc devant l'école.

Nederlands: Er is een park voor de school.

Mon livre est sur le bureau.

Nederlands: Mijn boek ligt op het bureau.

Le cinéma est en face du restaurant.

Nederlands: De bioscoop is tegenover het restaurant.

Tips

Uitzonderingen en randgevallen

Verder verkennen