Taal
Nederlands
ERK-niveau
A1
Thema
Dagelijks Leven en Activiteiten
Gekoppelde cursus
Nederlands A1

Kernwoorden

Verhaal

Daans stille stadje

  1. De avond valt in Daans slaapkamer.

    Evening falls in Daan's bedroom.

  2. Daan wil zijn kleine stadje klaarzetten voor het slapen.

    Daan wants to get his little town ready for bed.

  3. Er is een zachte speelmat met straten op de vloer.

    There is a soft play mat with streets on the floor.

  4. Daan sorteert zijn voertuigen op de mat.

    Daan sorts his vehicles on the mat.

  5. Hij pakt een uit de doos.

    He takes one out of the box.

  6. Hij zet een kleine bij het huis op de mat.

    He puts a small one by the house on the mat.

  7. Daarachter komt een sterke.

    Behind that comes a strong one.

  8. Op het spoor legt hij een lange.

    On the track he lays a long one.

  9. Bij de blauwe plas dobbert een.

    At the blue pond something is floating.

  10. Bij het parkje parkeert hij een rode.

    At the small park he parks a red one.

  11. Hoog boven de straten laat hij een zilveren zweven, en er wiebelt ook een kleine.

    High above the streets he lets a silver one float, and a small one wobbles too.

  12. Daan kijkt in de doos en telt de wagentjes.

    Daan looks in the box and counts the little cars.

  13. Waar is de?

    Where is the?

  14. Hij zoekt onder het bed, maar hij kan het niet vinden.

    He looks under the bed, but he can't find it.

  15. Zijn zus Noor komt rustig binnen met een zaklamp.

    His sister Noor comes in quietly with a flashlight.

  16. Noor schijnt onder het bed en zegt: "Hier is hij."

    Noor shines a light under the bed and says, 'Here he is.'

  17. Samen zetten ze de laatste wagen op zijn plek en geven elkaar een kleine glimlach.

    Together they put the last wagon in place and share a little smile.

  18. De stad staat stil; mama fluistert "Goed gedaan," en Daan valt rustig in slaap.

    The city is still; Mom whispers "Well done," and Daan falls asleep peacefully.

Voorbeelden binnen het onderwerp

Hoe vliegt de helikopter?

Het speelgoedfietsje is in het park.

Speel met een groot speelgoedboot.

Ik speel met mijn speelgoedauto.

Verder verkennen

Speel SmartWords-spellen

Zes woordspellen gebouwd op onze echte woordenschat — gratis in de browser, geen installatie nodig.

Open de spelhub →
  • Word Sling illustration

    Word Sling

    Match het middelste woord onder tijdsdruk en houd je combo vast.

    Speel nu →
  • Word Gate illustration

    Word Gate

    Vlieg door de juiste poort voordat de snelheid opvoert.

    Speel nu →
  • Word Ninja illustration

    Word Ninja

    Snijd de woorden in de doeltaal, ontwijk de afleider in de hoofdtaal en ga voor het aangekondigde bonusdoel.

    Speel nu →
  • Word Zip illustration

    Word Zip

    Volg één pad over het bord, raak elk letterankerpunt op volgorde en vul elk open vakje.

    Speel nu →
  • Word Oddity illustration

    Word Oddity

    Kies het woord dat niet past uit een thematische set — elke tik toont meteen alle vier betekenissen en afbeeldingen, zodat de ronde ook een flashcard wordt.

    Speel nu →
  • Word Memory illustration

    Word Memory

    Draai kaarten om en koppel woorden in de doeltaal aan hun betekenis in de hoofdtaal voordat je levens op zijn.

    Speel nu →