Taal
Nederlands
Niveau
A1
Eenheid
Bijvoeglijke naamwoorden en zinsstructuur
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

In het Nederlands betekent 'woordvolgorde in vraagzin' de volgorde van woorden in een vraag. Deze volgorde is anders dan in een gewone zin.

Wanneer je het gebruikt

Gebruik deze woordvolgorde als je een vraag wilt stellen, bijvoorbeeld met een vraagwoord (waar, wat, wie) of als je een ja/nee-vraag hebt.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

Kom jij morgen?

Waar woon jij?

Heb je een hond?

Wat eet je graag?

Is het koud buiten?

Tips

Uitzonderingen en randgevallen

Verder verkennen