Taal
Nederlands
ERK-niveau
A1
Thema
Dagelijks Leven en Activiteiten
Gekoppelde cursus
Nederlands A1

Kernwoorden

Voorbeelden binnen het onderwerp

Ik eet rijst en kip.

Engels: I eat rice and chicken-food.

De jongen houdt van snoep.

Engels: The boy likes candy.

Ik eet kokosnootfruit.

Engels: I eat coconut fruit.

Ik eet chocolade-ijs.

Engels: I eat chocolate ice-cream.

Verder verkennen