Taal
Frans
Niveau
B2
Eenheid
Verbes et structures verbales
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

In het Frans worden sommige werkwoorden gevolgd door een ander werkwoord, dat in de infinitief of de subjonctif kan staan. Het is belangrijk om te weten wanneer je welke vorm gebruikt.

Wanneer je het gebruikt

Gebruik de infinitief als het onderwerp van beide werkwoorden hetzelfde is. Gebruik de subjonctif (met 'que') als het onderwerp verandert of als je een wens, twijfel, emotie of noodzaak uitdrukt.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

Je préfère rester à la maison.

Nederlands: Ik blijf liever thuis.

Je préfère que tu restes à la maison.

Nederlands: Ik heb liever dat jij thuisblijft.

Elle souhaite partir tôt.

Nederlands: Zij wil graag vroeg vertrekken.

Elle souhaite que nous partions tôt.

Nederlands: Zij wil graag dat wij vroeg vertrekken.

Tips

Uitzonderingen en randgevallen

Verder verkennen