Taal
Frans
Niveau
B2
Eenheid
Verbes et structures verbales
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

Sommige Franse werkwoorden kunnen op twee verschillende grammaticale manieren worden gebruikt. Dit betekent dat hetzelfde werkwoord een andere structuur krijgt, afhankelijk van de betekenis of het volgende object.

Wanneer je het gebruikt

Gebruik deze werkwoorden als je met hetzelfde werkwoord verschillende acties of objecten wilt uitdrukken. De gekozen constructie verandert vaak de betekenis of het object van het werkwoord.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

Il commence à travailler.

Nederlands: Hij begint te werken.

Il commence le travail.

Nederlands: Hij begint aan het werk.

Elle pense à partir.

Nederlands: Zij denkt eraan om te vertrekken.

Elle pense à son ami.

Nederlands: Zij denkt aan haar vriend.

J’aide mon frère.

Nederlands: Ik help mijn broer.

J’aide à préparer le repas.

Nederlands: Ik help met het klaarmaken van het eten.

Tips

Uitzonderingen en randgevallen

Verder verkennen