Language
Dutch
CEFR Level
A1
Theme
Dagelijkse Ruimtes en Richtingen
Linked course
Dutch A1

Core words

Topic examples

Zij zijn in de eetkamer.

English: They are in the dining-room.

Het bad is in de kamer.

English: The bath is in room.

Waar is de badkamerdeur?

English: Where is the bathroom door?

De kast is in de keuken.

English: The cupboard is in kitchen.

Keep exploring