Taal
Frans
ERK-niveau
A1
Thema
Noms et Identité
Gekoppelde cursus
Frans A1

Kernwoorden

Verhaal

Le nom du petit bateau

  1. Dans la chambre de Hugo, le lit est tiède et la lampe est douce.

    In de kamer van Hugo is het bed warm en de lamp zacht.

  2. C'est le soir, et Hugo a un petit bateau en bois près de lui.

    Het is avond en Hugo heeft een klein houten bootje bij zich.

  3. Ce soir, il va choisir un nom pour ce bateau.

    Vanavond gaat hij een naam voor deze boot kiezen.

  4. Hugo ouvre une boîte de petites étiquettes de prénoms.

    Hugo opent een doosje met kleine naamlabels.

  5. Dans la boîte, il lit des noms courts et gentils.

    In het doosje leest hij korte, lieve namen.

  6. Il voit "Tom" sur une étiquette, puis "Dan", et aussi "Sam".

    Hij ziet "Tom" op een etiket, dan "Dan", en ook "Sam".

  7. Il aime ces sons, mais il ne sait pas encore lequel mettre sur le bateau.

    Hij houdt van die geluiden, maar hij weet nog niet welke hij op het bootje moet zetten.

  8. Maman sourit et s'assoit près de lui.

    Mama lacht en gaat naast hem zitten.

  9. Elle parle doucement et dit que chaque nom raconte une petite histoire.

    Ze praat zacht en zegt dat elke naam een klein verhaaltje vertelt.

  10. Maman dit: "Tu as ton prénom aussi, et c'est spécial, mais écoute ton cœur."

    Mama zegt: "Je hebt ook je naam, en dat is speciaal, maar luister naar je hart."

  11. "Choisis celui qui te fait sourire, et garde les autres comme souvenirs."

    "Kies degene die je laat glimlachen en bewaar de anderen als herinneringen."

  12. "Tu peux mettre un nom sur le bateau, et coller les autres sur la tête de lit, sur le bois lisse."

    "Je kunt een naam op de boot zetten, en de anderen op het hoofdeinde plakken, op het gladde hout."

  13. Hugo regarde le petit bateau et ferme un peu les yeux, comme pour écouter.

    Hugo kijkt naar het kleine bootje en sluit een beetje zijn ogen, alsof hij luistert.

  14. Il pense à son propre prénom, et il sourit encore.

    Hij denkt aan zijn eigen naam en glimlacht weer.

  15. Il écrit lentement "Hugo" sur une étiquette, puis il la pose doucement sur le nez du bateau.

    Hij schrijft langzaam 'Hugo' op een etiket en legt het voorzichtig op de boeg van de boot.

  16. Les autres étiquettes, "Tom", "Dan" et "Sam", restent près de l'oreiller, bien rangées.

    De andere etiketten, 'Tom', 'Dan' en 'Sam', blijven bij het kussen, netjes opgeruimd.

  17. Maman borde la couverture et chuchote "bonne nuit".

    Mama stopt de deken goed in en fluistert "welterusten".

  18. Hugo respire calmement et s'endort, heureux de son choix.

    Hugo ademt rustig en valt in slaap, blij met zijn keuze.

Voorbeelden binnen het onderwerp

Dan-name est mon ami.

Nederlands: Dan-name is mijn vriend.

Sam-nom et Sue-nom sont amis.

Nederlands: Sam-naam en Sue-naam zijn vrienden.

Tom-name est mon ami.

Nederlands: Tom-name is mijn vriend.

Verder verkennen

Speel SmartWords-spellen

Zes woordspellen gebouwd op onze echte woordenschat — gratis in de browser, geen installatie nodig.

Open de spelhub →
  • Word Sling illustration

    Word Sling

    Match het middelste woord onder tijdsdruk en houd je combo vast.

    Speel nu →
  • Word Gate illustration

    Word Gate

    Vlieg door de juiste poort voordat de snelheid opvoert.

    Speel nu →
  • Word Ninja illustration

    Word Ninja

    Snijd de woorden in de doeltaal, ontwijk de afleider in de hoofdtaal en ga voor het aangekondigde bonusdoel.

    Speel nu →
  • Word Zip illustration

    Word Zip

    Volg één pad over het bord, raak elk letterankerpunt op volgorde en vul elk open vakje.

    Speel nu →
  • Word Oddity illustration

    Word Oddity

    Kies het woord dat niet past uit een thematische set — elke tik toont meteen alle vier betekenissen en afbeeldingen, zodat de ronde ook een flashcard wordt.

    Speel nu →
  • Word Memory illustration

    Word Memory

    Draai kaarten om en koppel woorden in de doeltaal aan hun betekenis in de hoofdtaal voordat je levens op zijn.

    Speel nu →