Te llamaré cuando llegue a casa.
Nederlands: Ik zal je bellen als ik thuis kom.
De Spaanse subjuntivo wordt in bijwoordelijke bijzinnen gebruikt om onzekerheid, bedoeling, voorwaarde, doel of tijd uit te drukken. Deze bijzinnen beginnen vaak met woorden als 'para que', 'antes de que', 'aunque', 'cuando', enz.
Gebruik de subjuntivo in bijwoordelijke bijzinnen als de actie onzeker, gewenst of nog niet gebeurd is. Dit komt vaak voor bij het uitdrukken van doel, voorwaarde, tijd (voor toekomstige acties) en concessie.
Te llamaré cuando llegue a casa.
Nederlands: Ik zal je bellen als ik thuis kom.
Sal antes de que empiece a llover.
Nederlands: Ga weg voordat het begint te regenen.
Estudia para que puedas aprobar el examen.
Nederlands: Studeer zodat je het examen kunt halen.
Aunque haga frío, saldré a correr.
Nederlands: Ook al is het koud, ik ga hardlopen.
En caso de que necesites ayuda, llámame.
Nederlands: Als je hulp nodig hebt, bel me.