Taal
Spaans
Niveau
B2
Eenheid
Oraciones complejas y subordinadas
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

De Spaanse subjuntivo wordt in bijwoordelijke bijzinnen gebruikt om onzekerheid, bedoeling, voorwaarde, doel of tijd uit te drukken. Deze bijzinnen beginnen vaak met woorden als 'para que', 'antes de que', 'aunque', 'cuando', enz.

Wanneer je het gebruikt

Gebruik de subjuntivo in bijwoordelijke bijzinnen als de actie onzeker, gewenst of nog niet gebeurd is. Dit komt vaak voor bij het uitdrukken van doel, voorwaarde, tijd (voor toekomstige acties) en concessie.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

Te llamaré cuando llegue a casa.

Nederlands: Ik zal je bellen als ik thuis kom.

Sal antes de que empiece a llover.

Nederlands: Ga weg voordat het begint te regenen.

Estudia para que puedas aprobar el examen.

Nederlands: Studeer zodat je het examen kunt halen.

Aunque haga frío, saldré a correr.

Nederlands: Ook al is het koud, ik ga hardlopen.

En caso de que necesites ayuda, llámame.

Nederlands: Als je hulp nodig hebt, bel me.

Tips

Uitzonderingen en randgevallen

Verder verkennen