Estudio español por mi trabajo.
Nederlands: Ik studeer Spaans vanwege mijn werk.
In het Spaans betekenen 'por' en 'para' allebei 'voor', maar ze worden in verschillende situaties gebruikt. Het is belangrijk om het verschil te leren.
Gebruik 'por' om een reden, oorzaak, beweging door een plaats of een tijdsduur aan te geven. Gebruik 'para' om een doel, bestemming, deadline of ontvanger aan te geven.
Estudio español por mi trabajo.
Nederlands: Ik studeer Spaans vanwege mijn werk.
Este regalo es para ti.
Nederlands: Dit cadeau is voor jou.
Voy por el parque cada mañana.
Nederlands: Ik ga elke ochtend door het park.
Necesito terminar esto para mañana.
Nederlands: Ik moet dit voor morgen af hebben.
Gracias por tu ayuda.
Nederlands: Bedankt voor je hulp.