Taal
Spaans
Niveau
B2
Eenheid
Ser y Estar, Por y Para y distinciones similares
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

In het Spaans betekenen 'por' en 'para' allebei 'voor', maar ze worden in verschillende situaties gebruikt. Het is belangrijk om het verschil te leren.

Wanneer je het gebruikt

Gebruik 'por' om een reden, oorzaak, beweging door een plaats of een tijdsduur aan te geven. Gebruik 'para' om een doel, bestemming, deadline of ontvanger aan te geven.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

Estudio español por mi trabajo.

Nederlands: Ik studeer Spaans vanwege mijn werk.

Este regalo es para ti.

Nederlands: Dit cadeau is voor jou.

Voy por el parque cada mañana.

Nederlands: Ik ga elke ochtend door het park.

Necesito terminar esto para mañana.

Nederlands: Ik moet dit voor morgen af hebben.

Gracias por tu ayuda.

Nederlands: Bedankt voor je hulp.

Tips

Uitzonderingen en randgevallen

Verder verkennen