Estudio español porque me gusta viajar.
Nederlands: Ik studeer Spaans omdat ik van reizen houd.
In het Spaans lijken 'porque', 'por', 'para' en 'por qué' op elkaar, maar ze hebben verschillende betekenissen en gebruik. Het is belangrijk om het verschil te kennen.
Gebruik 'porque' om een reden of uitleg te geven. 'Por qué' gebruik je bij een vraag naar de reden. 'Por' geeft oorzaak, middel of tijdsduur aan. 'Para' gebruik je voor doel, bestemming of bedoeling.
Estudio español porque me gusta viajar.
Nederlands: Ik studeer Spaans omdat ik van reizen houd.
¿Por qué llegaste tarde?
Nederlands: Waarom ben je te laat gekomen?
Gracias por tu ayuda.
Nederlands: Bedankt voor je hulp.
Este regalo es para ti.
Nederlands: Dit cadeau is voor jou.
Trabajo para ganar dinero.
Nederlands: Ik werk om geld te verdienen.