Cuando llegué, ellos ya habían salido.
Nederlands: Toen ik aankwam, waren zij al vertrokken.
Het 'pretérito pluscuamperfecto' in het Spaans is een verleden tijd die je gebruikt om aan te geven dat iets al was gebeurd vóór een andere gebeurtenis in het verleden.
Gebruik het 'pretérito pluscuamperfecto' om te vertellen dat iets al was gebeurd vóór een andere actie in het verleden. Vaak gebruik je dit met woorden als 'ya' (al), 'antes' (voor), of bij het vertellen van een verhaal over het verleden.
Cuando llegué, ellos ya habían salido.
Nederlands: Toen ik aankwam, waren zij al vertrokken.
Nunca había probado paella antes.
Nederlands: Ik had nog nooit eerder paella geproefd.
Habíamos terminado el trabajo cuando empezó a llover.
Nederlands: We waren klaar met het werk toen het begon te regenen.
¿Habías visto esa película antes?
Nederlands: Had jij die film al eens gezien?