Taal
Spaans
Niveau
B1
Eenheid
Tiempos pasados
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

Het 'pretérito imperfecto' is een Spaanse verleden tijd. Je gebruikt het om gewoontes, beschrijvingen of situaties uit het verleden te vertellen.

Wanneer je het gebruikt

Gebruik het 'pretérito imperfecto' om herhaalde of gewoontehandelingen in het verleden te beschrijven, of om situaties of achtergronden te schetsen.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

Cuando era niño, jugaba en el parque.

Nederlands: Toen ik kind was, speelde ik in het park.

Mi abuela siempre cocinaba los domingos.

Nederlands: Mijn oma kookte altijd op zondag.

Antes, vivíamos en Madrid.

Nederlands: Vroeger woonden we in Madrid.

Los estudiantes leían libros cada semana.

Nederlands: De studenten lazen elke week boeken.

Tips

Uitzonderingen en randgevallen

Verder verkennen