Cuando era niño, jugaba en el parque.
Nederlands: Toen ik kind was, speelde ik in het park.
Het 'pretérito imperfecto' is een Spaanse verleden tijd. Je gebruikt het om gewoontes, beschrijvingen of situaties uit het verleden te vertellen.
Gebruik het 'pretérito imperfecto' om herhaalde of gewoontehandelingen in het verleden te beschrijven, of om situaties of achtergronden te schetsen.
Cuando era niño, jugaba en el parque.
Nederlands: Toen ik kind was, speelde ik in het park.
Mi abuela siempre cocinaba los domingos.
Nederlands: Mijn oma kookte altijd op zondag.
Antes, vivíamos en Madrid.
Nederlands: Vroeger woonden we in Madrid.
Los estudiantes leían libros cada semana.
Nederlands: De studenten lazen elke week boeken.