Mañana estudiaré para el examen.
Nederlands: Morgen zal ik leren voor het examen.
Het 'futuro simple' in het Spaans is een werkwoordstijd om te praten over dingen die in de toekomst zullen gebeuren.
Gebruik de futuro simple om toekomstige gebeurtenissen, voorspellingen, beloftes of plannen uit te drukken.
Mañana estudiaré para el examen.
Nederlands: Morgen zal ik leren voor het examen.
Ellos viajarán a España el próximo año.
Nederlands: Zij zullen volgend jaar naar Spanje reizen.
¿Vendrás a la fiesta esta noche?
Nederlands: Kom je vanavond naar het feest?
Nosotros comeremos en un restaurante nuevo.
Nederlands: Wij zullen in een nieuw restaurant eten.