- Taal
- Duits
- Niveau
- B2
- Eenheid
- Indirekte Rede
- Oefentypen
- 0
Wat dit grammaticapunt behandelt
De Duitse 'indirekte Rede' wordt gebruikt om te vertellen wat iemand anders heeft gezegd, zonder hun exacte woorden te herhalen.
Wanneer je het gebruikt
Gebruik de 'indirekte Rede' in het Duits als je wilt vertellen wat iemand anders heeft gezegd, vooral in nieuwsberichten, rapportages of formele situaties.
Belangrijke vormen
- Meestal wordt de Konjunktiv I gebruikt (bijvoorbeeld: er sagt, er habe Zeit).
- Als Konjunktiv I hetzelfde is als de indicatief, kun je Konjunktiv II of 'würde' gebruiken.
- Werkwoorden zoals 'sagen', 'meinen', 'erzählen' worden vaak gebruikt om de indirecte rede in te leiden.
Voorbeelden
Er sagt, er habe keine Zeit.
Nederlands: Hij zegt dat hij geen tijd heeft.
Sie behauptet, sie sei krank.
Nederlands: Zij beweert dat ze ziek is.
Der Lehrer erklärt, die Prüfung finde morgen statt.
Nederlands: De leraar legt uit dat het examen morgen plaatsvindt.
Peter meint, er würde später kommen.
Nederlands: Peter denkt dat hij later zou komen.
Tips
- Gebruik altijd Konjunktiv I voor de indirecte rede.
- Let op het aanpassen van voornaamwoorden en tijdsaanduidingen.
- Als Konjunktiv I en de indicatief hetzelfde zijn, gebruik dan Konjunktiv II of 'würde'.
Uitzonderingen en randgevallen
- Sommige werkwoorden veranderen niet in de Konjunktiv I; gebruik dan Konjunktiv II.
- Persoonlijke voornaamwoorden en tijdsaanduidingen moeten vaak aangepast worden ('ich' naar 'er/sie', 'heute' naar 'an diesem Tag').