Ich bleibe zu Hause, weil es regnet.
Nederlands: Ik blijf thuis omdat het regent.
In het Duits staat de persoonsvorm in een bijzin (Nebensatz) altijd achteraan.
Gebruik deze woordvolgorde in het Duits als je twee zinnen verbindt en de ene van de andere afhankelijk is. Bijzinnen beginnen vaak met woorden als 'weil' (omdat), 'dass' (dat), of 'wenn' (als/wanneer).
Ich bleibe zu Hause, weil es regnet.
Nederlands: Ik blijf thuis omdat het regent.
Sie sagt, dass sie morgen kommt.
Nederlands: Zij zegt dat ze morgen komt.
Wenn ich Zeit habe, besuche ich dich.
Nederlands: Als ik tijd heb, bezoek ik je.
Er glaubt, dass du das schaffst.
Nederlands: Hij gelooft dat je dat kunt.