Ich heiße Anna.
Nederlands: Ik heet Anna.
Persoonlijke voornaamwoorden in het Duits zijn woorden zoals 'ich', 'du', 'er'. Ze vervangen namen van mensen of dingen en voorkomen herhaling.
Gebruik Duitse persoonlijke voornaamwoorden om over jezelf, anderen of dingen te praten, zonder steeds een naam te herhalen. Ze worden gebruikt als het al duidelijk is over wie of wat je het hebt.
Ich heiße Anna.
Nederlands: Ik heet Anna.
Du bist mein Freund.
Nederlands: Jij bent mijn vriend.
Er kommt aus Deutschland.
Nederlands: Hij komt uit Duitsland.
Wir lernen Deutsch.
Nederlands: Wij leren Duits.
Sie wohnt in Berlin.
Nederlands: Zij woont in Berlijn.