Taal
Duits
Niveau
A1
Eenheid
Pronomen und Artikel
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

Persoonlijke voornaamwoorden in het Duits zijn woorden zoals 'ich', 'du', 'er'. Ze vervangen namen van mensen of dingen en voorkomen herhaling.

Wanneer je het gebruikt

Gebruik Duitse persoonlijke voornaamwoorden om over jezelf, anderen of dingen te praten, zonder steeds een naam te herhalen. Ze worden gebruikt als het al duidelijk is over wie of wat je het hebt.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

Ich heiße Anna.

Nederlands: Ik heet Anna.

Du bist mein Freund.

Nederlands: Jij bent mijn vriend.

Er kommt aus Deutschland.

Nederlands: Hij komt uit Duitsland.

Wir lernen Deutsch.

Nederlands: Wij leren Duits.

Sie wohnt in Berlin.

Nederlands: Zij woont in Berlijn.

Tips

Uitzonderingen en randgevallen

Verder verkennen