- Taal
- Duits
- Niveau
- A2
- Eenheid
- Weitere Grammatikthemen
- Oefentypen
- 0
Wat dit grammaticapunt behandelt
Zeitangaben zijn woorden of uitdrukkingen in het Duits die aangeven wanneer iets gebeurt. Ze beantwoorden vragen als 'Wanneer?', 'Hoe lang?' of 'Hoe vaak?'.
Wanneer je het gebruikt
Gebruik Zeitangaben in het Duits om te zeggen wanneer iets gebeurt, hoe vaak of hoe lang. Ze helpen je bij het praten over je dagelijkse routine, afspraken, vakanties en meer.
Belangrijke vormen
- am + dag/datum (am Montag, am 3. Mai)
- um + tijdstip (um 8 Uhr)
- im + maand/seizoen (im Januar, im Sommer)
- von ... bis ... (von Montag bis Freitag, von 8 bis 10 Uhr)
- seit + tijdstip (seit 2019)
- jeden + dag/week (jeden Tag, jede Woche)
Voorbeelden
Ich stehe um 7 Uhr auf.
Nederlands: Ik sta om 7 uur op.
Am Samstag gehe ich einkaufen.
Nederlands: Op zaterdag ga ik boodschappen doen.
Im Winter ist es kalt.
Nederlands: In de winter is het koud.
Wir haben von 9 bis 17 Uhr geöffnet.
Nederlands: Wij zijn open van 9 tot 17 uur.
Seit 2020 lerne ich Deutsch.
Nederlands: Sinds 2020 leer ik Duits.
Tips
- Gebruik de juiste voorzetsels: 'am' voor dagen en data, 'im' voor maanden en seizoenen, 'um' voor tijdstippen.
- In het Duits staat de tijdsbepaling vaak aan het begin van de zin of voor het werkwoord.
- Let op de juiste uitgangen: 'jeden Tag', 'jede Woche', 'jedes Jahr'.
Uitzonderingen en randgevallen
- Woorden als 'heute', 'gestern', 'morgen' hebben geen voorzetsel nodig.
- Voor 'in der Nacht' gebruik je 'in' in plaats van 'am'.