Taal
Frans
Niveau
A2
Eenheid
Verbes et temps verbaux
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

In het Frans kan het voltooid deelwoord (participe passé) veranderen om overeen te komen in geslacht en aantal. Dit hangt af van het hulpwerkwoord: 'être' of 'avoir'.

Wanneer je het gebruikt

Je gebruikt de overeenstemming van het voltooid deelwoord in Franse samengestelde tijden (zoals passé composé). Met 'être' stemt het deelwoord altijd overeen met het onderwerp. Met 'avoir' gebeurt dit alleen als het lijdend voorwerp vóór de persoonsvorm staat.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

Elle est allée au marché.

Nederlands: Zij is naar de markt gegaan.

Nous sommes partis tôt.

Nederlands: Wij zijn vroeg vertrokken.

J'ai mangé des pommes.

Nederlands: Ik heb appels gegeten.

Les lettres que j'ai écrites sont sur la table.

Nederlands: De brieven die ik heb geschreven liggen op de tafel.

Ils sont arrivés en retard.

Nederlands: Zij zijn te laat aangekomen.

Tips

Uitzonderingen en randgevallen

Verder verkennen