Taal
Frans
Niveau
A2
Eenheid
Verbes et temps verbaux
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

Pronominale werkwoorden in het Frans zijn werkwoorden die samen met een wederkerend voornaamwoord (zoals 'se') worden gebruikt. Ze geven aan dat het onderwerp de handeling op zichzelf uitvoert. Ze komen voor in de tegenwoordige tijd en in de passé composé (verleden tijd).

Wanneer je het gebruikt

Gebruik pronominale werkwoorden als het onderwerp de handeling op zichzelf uitvoert (zoals zichzelf wassen, aankleden, enzovoort) of bij sommige werkwoorden die altijd pronominaal zijn in het Frans. In de passé composé gebruik je altijd 'être' als hulpwerkwoord.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

Je me couche tôt.

Nederlands: Ik ga vroeg naar bed.

Tu te laves les mains.

Nederlands: Jij wast je handen.

Nous nous sommes amusés.

Nederlands: Wij hebben ons vermaakt.

Elle se prépare.

Nederlands: Zij maakt zich klaar.

Vous vous êtes réveillés.

Nederlands: Jullie zijn wakker geworden.

Tips

Uitzonderingen en randgevallen

Verder verkennen