Je me couche tôt.
Nederlands: Ik ga vroeg naar bed.
Pronominale werkwoorden in het Frans zijn werkwoorden die samen met een wederkerend voornaamwoord (zoals 'se') worden gebruikt. Ze geven aan dat het onderwerp de handeling op zichzelf uitvoert. Ze komen voor in de tegenwoordige tijd en in de passé composé (verleden tijd).
Gebruik pronominale werkwoorden als het onderwerp de handeling op zichzelf uitvoert (zoals zichzelf wassen, aankleden, enzovoort) of bij sommige werkwoorden die altijd pronominaal zijn in het Frans. In de passé composé gebruik je altijd 'être' als hulpwerkwoord.
Je me couche tôt.
Nederlands: Ik ga vroeg naar bed.
Tu te laves les mains.
Nederlands: Jij wast je handen.
Nous nous sommes amusés.
Nederlands: Wij hebben ons vermaakt.
Elle se prépare.
Nederlands: Zij maakt zich klaar.
Vous vous êtes réveillés.
Nederlands: Jullie zijn wakker geworden.