Taal
Frans
Niveau
A2
Eenheid
Expressions de temps
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

In het Frans gebruik je tijdsaanduidingen zoals 'hier', 'aujourd’hui' en 'demain' om aan te geven wanneer iets gebeurt: in het verleden, heden of toekomst.

Wanneer je het gebruikt

Gebruik deze uitdrukkingen om te vertellen wanneer een gebeurtenis plaatsvindt, bijvoorbeeld als je praat over je dag, plannen maakt of iets uit het verleden vertelt.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

Hier, j’ai vu un film.

Nederlands: Gisteren heb ik een film gezien.

Aujourd’hui, il fait beau.

Nederlands: Vandaag is het mooi weer.

Demain, nous allons à l’école.

Nederlands: Morgen gaan we naar school.

La semaine prochaine, je pars en vacances.

Nederlands: Volgende week ga ik op vakantie.

Ce matin, j’ai pris un café.

Nederlands: Vanochtend heb ik koffie gedronken.

Tips

Uitzonderingen en randgevallen

Verder verkennen