- Taal
- Frans
- Niveau
- A2
- Eenheid
- Expressions de temps
- Oefentypen
- 0
Wat dit grammaticapunt behandelt
In het Frans gebruik je tijdsaanduidingen zoals 'hier', 'aujourd’hui' en 'demain' om aan te geven wanneer iets gebeurt: in het verleden, heden of toekomst.
Wanneer je het gebruikt
Gebruik deze uitdrukkingen om te vertellen wanneer een gebeurtenis plaatsvindt, bijvoorbeeld als je praat over je dag, plannen maakt of iets uit het verleden vertelt.
Belangrijke vormen
- hier (gisteren)
- aujourd’hui (vandaag)
- demain (morgen)
- ce matin (vanochtend)
- ce soir (vanavond)
- la semaine prochaine (volgende week)
- la semaine dernière (vorige week)
Voorbeelden
Hier, j’ai vu un film.
Nederlands: Gisteren heb ik een film gezien.
Aujourd’hui, il fait beau.
Nederlands: Vandaag is het mooi weer.
Demain, nous allons à l’école.
Nederlands: Morgen gaan we naar school.
La semaine prochaine, je pars en vacances.
Nederlands: Volgende week ga ik op vakantie.
Ce matin, j’ai pris un café.
Nederlands: Vanochtend heb ik koffie gedronken.
Tips
- In het Frans staan tijdsaanduidingen vaak aan het begin of einde van de zin.
- Let op het geslacht en aantal: 'la semaine' (vrouwelijk), 'le mois' (mannelijk).
- Sommige uitdrukkingen veranderen afhankelijk van de context: 'ce matin' (vanochtend), 'cette semaine' (deze week).
Uitzonderingen en randgevallen
- Sommige tijdsaanduidingen gebruiken verschillende lidwoorden: 'ce matin', maar 'cette semaine'.
- Voor 'volgende' en 'vorige' komt het bijvoeglijk naamwoord na het zelfstandig naamwoord: 'la semaine prochaine', 'le mois dernier'.