Hij zegt dat hij morgen komt.
- Taal
- Nederlands
- Niveau
- B2
- Eenheid
- B2 Generic Grammar
- Oefentypen
- 0
Wat dit grammaticapunt behandelt
De indirecte rede in het Nederlands gebruik je om weer te geven wat iemand anders heeft gezegd, gedacht of gevraagd, zonder de exacte woorden te herhalen.
Wanneer je het gebruikt
Je gebruikt de indirecte rede in het Nederlands om uitspraken, gedachten of vragen van anderen te rapporteren, bijvoorbeeld in nieuwsberichten, verhalen of formele teksten.
Belangrijke vormen
- Gebruik van een inleidend werkwoord (zoals zeggen, vragen, denken) + 'dat' of 'of'.
- De volgorde van de zin verandert: het werkwoord komt vaak aan het einde.
- Voor ja/nee-vragen gebruik je 'of'.
Voorbeelden
Zij vraagt of je mee wilt gaan.
Ik denk dat het gaat regenen.
De leraar vertelt dat de toets volgende week is.
Tips
- In de indirecte rede staat het werkwoord vaak achteraan in de bijzin.
- Gebruik 'dat' voor mededelingen en 'of' voor ja/nee-vragen.
- Gebruik geen aanhalingstekens bij indirecte rede.
Uitzonderingen en randgevallen
- In informele spreektaal kun je 'dat' soms weglaten.