Ik wacht op de bus.
- Taal
- Nederlands
- Niveau
- B1
- Eenheid
- Voorzetsels
- Oefentypen
- 0
Wat dit grammaticapunt behandelt
In het Nederlands zijn er woorden die altijd samen met een vaste voorzetselcombinatie worden gebruikt. Dit noemen we 'vaste combinaties met voorzetsels'. Je moet deze combinaties uit je hoofd leren, omdat ze niet altijd logisch zijn.
Wanneer je het gebruikt
Je gebruikt deze vaste combinaties als je een werkwoord, zelfstandig naamwoord of bijvoeglijk naamwoord samen met een voorzetsel wilt gebruiken. Welke voorzetsel erbij hoort, moet je per combinatie leren.
Belangrijke vormen
- denken aan
- wachten op
- praten over
- houden van
- zich interesseren voor
Voorbeelden
Zij denkt aan haar moeder.
Wij praten over het probleem.
Hij houdt van muziek.
Ik interesseer me voor kunst.
Tips
- Leer het werkwoord en het voorzetsel altijd samen.
- Vertaal het voorzetsel niet letterlijk uit je moedertaal.
- Soms verandert de betekenis van het werkwoord als je een ander voorzetsel gebruikt.
Uitzonderingen en randgevallen
- Sommige werkwoorden kunnen met meerdere voorzetsels gebruikt worden, met een andere betekenis. Bijvoorbeeld: denken aan (iemand in gedachten hebben) en denken over (nadenken over iets).