Taal
Nederlands
Niveau
B1
Eenheid
Voorzetsels
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

'Voorzetsels van richting' zijn voorzetsels die aangeven in welke richting iemand of iets beweegt.

Wanneer je het gebruikt

Gebruik deze voorzetsels om een beweging van de ene plaats naar de andere aan te geven, om binnen te komen of weg te gaan, of om de route of richting van een beweging te beschrijven.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

Ik ga naar school.

We lopen door het park.

Zij fietst langs de rivier.

Hij springt over de muur.

De kat loopt uit de kamer.

Tips

Uitzonderingen en randgevallen

Verder verkennen