Ik probeer te leren.
- Taal
- Nederlands
- Niveau
- B1
- Eenheid
- Werkwoordgebruik en modale werkwoorden
- Oefentypen
- 0
Wat dit grammaticapunt behandelt
'Te' + infinitief wordt in het Nederlands gebruikt om een handeling te beschrijven die samenhangt met een ander werkwoord, vaak om een doel, intentie of noodzaak aan te geven. De infinitief is de stamvorm van het werkwoord (bijvoorbeeld: 'werken', 'lezen').
Wanneer je het gebruikt
'Te' + infinitief gebruik je na bepaalde werkwoorden (zoals 'proberen', 'beginnen', 'vergeten'), bijvoeglijke naamwoorden of uitdrukkingen om intenties, plannen of noodzakelijke handelingen uit te drukken.
Belangrijke vormen
- 'te' + infinitief (bijvoorbeeld: 'te werken', 'te lezen')
- Gebruikt na bepaalde werkwoorden, bijvoeglijke naamwoorden of uitdrukkingen
Voorbeelden
Hij vergeet vaak te bellen.
We beginnen te werken om acht uur.
Zij heeft geen tijd om te lezen.
Tips
- Niet alle werkwoorden gebruiken 'te' voor het infinitief. Sommige werkwoorden staan direct met het infinitief.
- Gebruik geen 'te' bij modale werkwoorden zoals 'kunnen', 'moeten', 'willen', 'mogen' of 'gaan'.
- Let op vaste uitdrukkingen en leer welke werkwoorden 'te' nodig hebben.
Uitzonderingen en randgevallen
- Modale werkwoorden (kunnen, moeten, willen, mogen, gaan) gebruiken geen 'te' bij het infinitief.
- Ook bij werkwoorden als 'laten' gebruik je geen 'te'.