Ik laat mijn broer mijn fiets gebruiken.
- Taal
- Nederlands
- Niveau
- B1
- Eenheid
- Werkwoordgebruik en modale werkwoorden
- Oefentypen
- 0
Wat dit grammaticapunt behandelt
In het Nederlands gebruik je 'laten' + infinitief om aan te geven dat iemand iets door een ander laat doen of toestaat. Het betekent dat je iemand iets laat doen, of toestemming geeft.
Wanneer je het gebruikt
Je gebruikt 'laten' + infinitief als je zegt dat je iemand iets laat doen, toestemming geeft of een opdracht geeft. Het wordt vaak gebruikt om aan te geven dat een ander de actie uitvoert.
Belangrijke vormen
- 'laten' + infinitief (hele werkwoord):
- Ik laat hem werken.
- Wij laten de kinderen spelen.
Voorbeelden
Zij laat haar kinderen buiten spelen.
Laat de hond binnen!
Wij laten de leraar het uitleggen.
Tips
- Gebruik altijd het hele werkwoord na 'laten'.
- 'Laten' verandert mee met het onderwerp: ik laat, jij laat, hij/zij laat, wij laten.
- Gebruik geen 'te' voor het infinitief bij 'laten'.