Ik ben moe.
- Taal
- Nederlands
- Niveau
- A0
- Eenheid
- Voornaamwoorden, lidwoorden en verwijswoorden
- Oefentypen
- 0
Wat dit grammaticapunt behandelt
Onderwerpsvoornaamwoorden in het Nederlands vervangen namen aan het begin van een zin en verbinden met werkwoorden zoals 'zijn', 'hebben' en 'doen'.
Wanneer je het gebruikt
Gebruik onderwerpsvoornaamwoorden als onderwerp van de zin vóór het werkwoord.
Belangrijke vormen
- ik
- jij/u
- hij
- zij
- het
- wij
- jullie
- zij
Voorbeelden
Zij zijn vrienden.
Hij weet het niet.
Het is koud.
Tips
- Gebruik altijd een onderwerp in eenvoudige Nederlandse zinnen.
- Gebruik 'het' voor dingen, het weer en algemene situaties.
- Verbind voornaamwoorden met de juiste werkwoordsvorm: hij is, zij zijn.