Taal
Duits
ERK-niveau
A1
Thema
Alltagsleben und Lernen
Gekoppelde cursus
Duits A1

Kernwoorden

Verhaal

Lena findet das Sonnenbuch

  1. Am Nachmittag ist es still und warm.

    In de namiddag is het stil en warm.

  2. Lena und Max sind der Schulbibliothek.

    Lena en Max zijn in de schoolbibliotheek.

  3. Frau Weber lächelt und sagt: 'Willkommen'.

    Mevrouw Weber lacht en zegt: 'Welkom'.

  4. Lena sagt: 'Ich suche ein Buch über die Sonne'.

    Lena zegt: 'Ik zoek een boek over de zon'.

  5. Es gibt einen Plan an der Wand.

    Er hangt een plan aan de muur.

  6. An der Tür hängt ein Zettel mit 'today'.

    Aan de deur hangt een briefje met 'today'.

  7. Auf dem Plan steht 'here' und auch 'there'.

    Op het plan staat 'here' en ook 'there'.

  8. Daneben zeigt ein Pfeil das Wort 'part'.

    Daarnaast wijst een pijl naar het woord 'part'.

  9. Lena runzelt die Stirn, denn die Wörter sind englisch, und sie ist unsicher.

    Lena fronst, want de woorden zijn Engels en ze is onzeker.

  10. Frau Weber sagt freundlich: 'Das heißt hier, dort und Teil', und sie zeigt auf die Regale.

    Mevrouw Weber zegt vriendelijk: 'Dat betekent hier, daar en deel', en ze wijst naar de planken.

  11. Ein Regal hat einen kleinen Aufkleber mit 'white'.

    Een kast heeft een kleine sticker met 'white'.

  12. Hinten, bei den Naturbüchern, finden sie ein Buch mit dem Wort 'sun' auf dem Cover.

    Achteraan, bij de natuurboeken, vinden ze een boek met het woord 'sun' op de omslag.

  13. Sie setzen sich an einen Tisch und schlagen das Buch auf.

    Ze gaan aan een tafel zitten en slaan het boek open.

  14. Das Licht ist weich, und die Bilder sind klar und ruhig.

    Het licht is zacht, en de foto's zijn helder en rustig.

  15. Lena liest leise, und Max schaut zu.

    Lena leest zachtjes en Max kijkt toe.

  16. Auf der letzten Seite steht 'end', und beide nicken zufrieden.

    Op de laatste pagina staat 'end' en beiden knikken tevreden.

Voorbeelden binnen het onderwerp

Finde dein Ende in der Schule.

Nederlands: Vind je einde op school.

Das Haus ist weiß.

Nederlands: Het huis is wit.

Mein Freund ist hier.

Nederlands: Mijn vriend is hier.

Sie sitzen im Klassenzimmer.

Nederlands: Zij zitten in het klaslokaal.

Verder verkennen

Speel SmartWords-spellen

Zes woordspellen gebouwd op onze echte woordenschat — gratis in de browser, geen installatie nodig.

Open de spelhub →
  • Word Sling illustration

    Word Sling

    Match het middelste woord onder tijdsdruk en houd je combo vast.

    Speel nu →
  • Word Gate illustration

    Word Gate

    Vlieg door de juiste poort voordat de snelheid opvoert.

    Speel nu →
  • Word Ninja illustration

    Word Ninja

    Snijd de woorden in de doeltaal, ontwijk de afleider in de hoofdtaal en ga voor het aangekondigde bonusdoel.

    Speel nu →
  • Word Zip illustration

    Word Zip

    Volg één pad over het bord, raak elk letterankerpunt op volgorde en vul elk open vakje.

    Speel nu →
  • Word Oddity illustration

    Word Oddity

    Kies het woord dat niet past uit een thematische set — elke tik toont meteen alle vier betekenissen en afbeeldingen, zodat de ronde ook een flashcard wordt.

    Speel nu →
  • Word Memory illustration

    Word Memory

    Draai kaarten om en koppel woorden in de doeltaal aan hun betekenis in de hoofdtaal voordat je levens op zijn.

    Speel nu →