Taal
Duits
ERK-niveau
A1
Thema
Bildungsumgebung
Gekoppelde cursus
Duits A1

Kernwoorden

Verhaal

Finns ruhiger Team-Tag

  1. Finn sitzt im Klassenzimmer und atmet ruhig.

    Finn zit in het klaslokaal en ademt rustig.

  2. Der Raum ist heute leise und hell.

    De kamer is vandaag stil en licht.

  3. Die Lehrerin Frau Meyer lächelt; sie sind in der Schule.

    De lerares mevrouw Meyer glimlacht; ze zijn op school.

  4. Finn will heute eine kleine Geschichte am Computer schreiben.

    Finn wil vandaag een verhaaltje op de computer schrijven.

  5. Sein Klassenkamerad Omar und seine Freundin Lea sitzen neben ihm.

    Zijn klasgenoot Omar en zijn vriendin Lea zitten naast hem.

  6. "Ich helfe dir", sagt Lea und zeigt auf die Tastatur.

    "Ik help je", zegt Lea en wijst naar het toetsenbord.

  7. Es gibt ein kleines Problem: Der Computer bleibt schwarz.

    Er is een klein probleem: de computer blijft zwart.

  8. Finn ist kurz still, aber er atmet tief.

    Finn is even stil, maar hij ademt diep.

  9. Frau Meyer kommt und schaut auf den Bildschirm.

    Mevrouw Meyer komt en kijkt naar het scherm.

  10. "Wir prüfen das Kabel", sagt sie, und Finn drückt den Stecker vorsichtig fest.

    "We controleren de kabel," zegt ze, en Finn drukt de stekker voorzichtig vast.

  11. Jetzt geht der Computer an, und alle lachen leise.

    Nu gaat de computer aan en iedereen lacht zachtjes.

  12. Finn und Omar tippen abwechselnd, und Lea liest die Sätze vor.

    Finn en Omar tikken om beurten en Lea leest de zinnen voor.

  13. Am Ende schreiben sie den Satz: "Wir sind ein gutes Team."

    Aan het einde schrijven ze de zin: "Wij zijn een goed team."

  14. Die Lehrerin nickt und sagt: "Das ist eine schöne Arbeit."

    De lerares knikt en zegt: "Dat is mooi werk."

  15. Finn fühlt sich sicher, denn im Klassenzimmer ist es warm und freundlich.

    Finn voelt zich veilig, want het is warm en vriendelijk in het klaslokaal.

Voorbeelden binnen het onderwerp

Er und mein Klassenkamerad lernen.

Nederlands: Hij en mijn klasgenoot studeren.

Es gibt ein Klassenzimmer.

Nederlands: Er is een klaslokaal.

Verder verkennen

Speel SmartWords-spellen

Zes woordspellen gebouwd op onze echte woordenschat — gratis in de browser, geen installatie nodig.

Open de spelhub →
  • Word Sling illustration

    Word Sling

    Match het middelste woord onder tijdsdruk en houd je combo vast.

    Speel nu →
  • Word Gate illustration

    Word Gate

    Vlieg door de juiste poort voordat de snelheid opvoert.

    Speel nu →
  • Word Ninja illustration

    Word Ninja

    Snijd de woorden in de doeltaal, ontwijk de afleider in de hoofdtaal en ga voor het aangekondigde bonusdoel.

    Speel nu →
  • Word Zip illustration

    Word Zip

    Volg één pad over het bord, raak elk letterankerpunt op volgorde en vul elk open vakje.

    Speel nu →
  • Word Oddity illustration

    Word Oddity

    Kies het woord dat niet past uit een thematische set — elke tik toont meteen alle vier betekenissen en afbeeldingen, zodat de ronde ook een flashcard wordt.

    Speel nu →
  • Word Memory illustration

    Word Memory

    Draai kaarten om en koppel woorden in de doeltaal aan hun betekenis in de hoofdtaal voordat je levens op zijn.

    Speel nu →