Taal
Spaans
Niveau
B2
Eenheid
Oraciones complejas y subordinadas
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

De Spaanse subjuntivo in bijvoeglijke bijzinnen wordt gebruikt als je iets beschrijft dat onbekend, onzeker of gewenst is. Deze bijzinnen beschrijven een zelfstandig naamwoord en beginnen vaak met 'que'.

Wanneer je het gebruikt

Gebruik de subjuntivo in bijvoeglijke bijzinnen als je praat over iets dat misschien niet bestaat, hypothetisch is of niet specifiek is. Bijvoorbeeld als je iets zoekt, wilt of nodig hebt, maar niet zeker weet of het bestaat.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

Busco a alguien que hable francés.

Nederlands: Ik zoek iemand die Frans spreekt.

No conozco a nadie que viva aquí.

Nederlands: Ik ken niemand die hier woont.

Quiero un coche que sea rápido.

Nederlands: Ik wil een auto die snel is.

¿Hay un restaurante que sirva comida mexicana?

Nederlands: Is er een restaurant dat Mexicaans eten serveert?

Tips

Uitzonderingen en randgevallen

Verder verkennen