Yo habría viajado a España si hubiera tenido dinero.
Nederlands: Ik zou naar Spanje zijn gereisd als ik geld had gehad.
De 'condicional perfecto' in het Spaans is een werkwoordstijd die gebruikt wordt om te praten over dingen die in het verleden hadden kunnen gebeuren, maar niet zijn gebeurd.
Je gebruikt de 'condicional perfecto' in het Spaans om hypothetische situaties in het verleden, spijt of acties die hadden kunnen plaatsvinden als iets anders was gebeurd, uit te drukken.
Yo habría viajado a España si hubiera tenido dinero.
Nederlands: Ik zou naar Spanje zijn gereisd als ik geld had gehad.
Ellos habrían terminado el trabajo, pero no tuvieron tiempo.
Nederlands: Zij zouden het werk hebben afgemaakt, maar ze hadden geen tijd.
¿Tú habrías comprado esa casa?
Nederlands: Zou jij dat huis hebben gekocht?
Nosotros habríamos ido a la fiesta si nos hubieras invitado.
Nederlands: Wij zouden naar het feest zijn gegaan als je ons had uitgenodigd.