Taal
Spaans
Niveau
B2
Eenheid
Pronombres y estructuras relativas
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

Leísmo, laísmo en loísmo zijn speciale manieren waarop de Spaanse voornaamwoorden 'le', 'la' en 'lo' worden gebruikt. Vooral in delen van Spanje wijken mensen soms af van de standaardregels.

Wanneer je het gebruikt

Normaal gesproken gebruik je in het Spaans 'le' voor het indirect object (aan/voor iemand) en 'lo/la' voor het direct object (iemand of iets). In sommige regio’s gebruikt men echter 'le' voor directe mannelijke personen (leísmo), 'la' voor indirecte vrouwelijke personen (laísmo), of 'lo' voor indirecte mannelijke personen (loísmo).

Belangrijke vormen

Voorbeelden

¿Le viste ayer?

Nederlands: Heb je hem gisteren gezien? (leísmo: 'le' in plaats van 'lo')

La di el regalo.

Nederlands: Ik gaf haar het cadeau. (laísmo: 'la' in plaats van 'le')

Lo dije a Juan.

Nederlands: Ik zei het tegen Juan. (loísmo: 'lo' in plaats van 'le')

Lo vi en la calle.

Nederlands: Ik zag hem/het op straat. (standaardgebruik)

Le envié una carta.

Nederlands: Ik stuurde hem/haar een brief. (standaardgebruik)

Tips

Uitzonderingen en randgevallen

Verder verkennen