Taal
Spaans
Niveau
B2
Eenheid
Pronombres y estructuras relativas
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

In het Spaans vervangen directe en indirecte objectpronomen het object van een zin (de persoon of het ding dat de handeling ontvangt) en hebben ze specifieke plaatsingsregels, 'colocación' genoemd.

Wanneer je het gebruikt

Gebruik deze voornaamwoorden in het Spaans om herhaling van zelfstandige naamwoorden te vermijden en zinnen korter te maken. Ze staan vóór het vervoegde werkwoord, of worden achter een infinitief, gerundium of affirmatief bevel geplakt.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

Lo veo cada día.

Nederlands: Ik zie hem/het elke dag.

Te lo doy mañana.

Nederlands: Ik geef het je morgen.

Voy a comprárselo.

Nederlands: Ik ga het voor hem/haar kopen.

Dímelo ahora.

Nederlands: Zeg het me nu.

Tips

Uitzonderingen en randgevallen

Verder verkennen