Ich gehe ins Kino, du ins Theater.
Nederlands: Ik ga naar de bioscoop, jij (gaat) naar het theater.
In het Duits zijn 'Ellipsen' zinnen waarin sommige woorden worden weggelaten omdat ze uit de context duidelijk zijn. Dit maakt de zin korter en natuurlijker.
Ellipsen worden vaak gebruikt in gesprekken, krantenkoppen of wanneer je herhaling van bekende informatie wilt vermijden. Ze maken de taal bondiger.
Ich gehe ins Kino, du ins Theater.
Nederlands: Ik ga naar de bioscoop, jij (gaat) naar het theater.
Noch Kaffee?
Nederlands: Nog koffie?
Er liest ein Buch, sie eine Zeitung.
Nederlands: Hij leest een boek, zij (leest) een krant.
Kannst du Deutsch? – Ein bisschen.
Nederlands: Kun je Duits? – Een beetje.
Ich mag Pizza, meine Schwester nicht.
Nederlands: Ik houd van pizza, mijn zus (houdt) niet (ervan).