C’est le livre avec lequel j’étudie.
Nederlands: Dit is het boek waarmee ik studeer.
In het Frans zijn 'pronoms relatifs composés' samengestelde betrekkelijke voornaamwoorden zoals 'lequel', 'laquelle', 'lesquels', 'lesquelles'. Ze verbinden twee zinnen en verwijzen naar een zelfstandig naamwoord dat eerder genoemd is, vooral na een voorzetsel.
Gebruik deze voornaamwoorden in het Frans na een voorzetsel (zoals 'avec', 'à', 'de', 'pour', enz.) om te verwijzen naar iets of iemand die al genoemd is. Ze stemmen in geslacht en getal overeen met het zelfstandig naamwoord waarnaar ze verwijzen.
C’est le livre avec lequel j’étudie.
Nederlands: Dit is het boek waarmee ik studeer.
La maison dans laquelle il vit est grande.
Nederlands: Het huis waarin hij woont is groot.
Voici les amis auxquels je pense.
Nederlands: Hier zijn de vrienden aan wie ik denk.
La raison pour laquelle je pars est personnelle.
Nederlands: De reden waarom ik vertrek is persoonlijk.