Taal
Nederlands
Niveau
B2
Eenheid
Voorzetsels en bijwoorden
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

Voorzetseluitdrukkingen zijn vaste combinaties van een voorzetsel met een zelfstandig naamwoord (soms met een bijvoeglijk naamwoord) die samen één betekenis hebben. Ze geven vaak extra informatie over tijd, plaats, reden of manier.

Wanneer je het gebruikt

Je gebruikt voorzetseluitdrukkingen om duidelijk te maken wanneer, waar, hoe of waarom iets gebeurt. Ze maken je taalgebruik nauwkeuriger en vaak formeler.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

We spreken af op basis van jouw voorstel.

Met betrekking tot het project heb ik een vraag.

In plaats van koffie drink ik thee.

Hij werkt in opdracht van de directeur.

Ze praat uit naam van het team.

Tips

Uitzonderingen en randgevallen

Verder verkennen