Taal
Nederlands
Niveau
B2
Eenheid
Zinsstructuur en woordvolgorde
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

In het Nederlands gebruik je inversie wanneer je een bijwoordelijke bepaling vooraan in de zin zet. Het werkwoord komt dan direct na de bijwoordelijke bepaling, gevolgd door het onderwerp.

Wanneer je het gebruikt

Gebruik inversie als je een zin begint met een bijwoordelijke bepaling, bijvoorbeeld van tijd, plaats of reden. Zo leg je de nadruk op deze informatie.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

Vandaag werkt zij thuis.

Na de les drinkt hij koffie.

In de zomer fietsen wij vaak.

Om acht uur begint de film.

Tips

Uitzonderingen en randgevallen

Verder verkennen