Taal
Nederlands
Niveau
B2
Eenheid
Bijvoeglijke naamwoorden, vergelijking en telwoorden
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

In het Nederlands kun je twee bijvoeglijke naamwoorden voor een zelfstandig naamwoord gebruiken om het beter te beschrijven. Dit noem je dubbele bijvoeglijke naamwoorden.

Wanneer je het gebruikt

Gebruik dubbele bijvoeglijke naamwoorden als je een zelfstandig naamwoord met meer eigenschappen wilt beschrijven. Beide bijvoeglijke naamwoorden staan meestal vóór het zelfstandig naamwoord en krijgen vaak een -e.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

Ik heb een oude rode fiets.

We wonen in een klein wit huis.

Zij draagt een lange blauwe jurk.

Hij kocht een duur Italiaans horloge.

Tips

Uitzonderingen en randgevallen

Verder verkennen