Ik heb het wel gedaan.
- Taal
- Nederlands
- Niveau
- B2
- Eenheid
- Lijdende vorm en zinsnadruk
- Oefentypen
- 0
Wat dit grammaticapunt behandelt
In het Nederlands gebruik je 'wel', 'zelf' en 'echt' om extra nadruk te geven aan wat je zegt. Zo kun je iets bevestigen, benadrukken of krachtiger maken.
Wanneer je het gebruikt
Gebruik deze woorden als je wilt corrigeren, een tegenstelling wilt aangeven, de uitvoerder wilt benadrukken of je boodschap krachtiger wilt maken.
Belangrijke vormen
- 'wel' (om te benadrukken dat iets wél zo is of gebeurt)
- 'zelf' (om het onderwerp of de uitvoerder te benadrukken)
- 'echt' (om aan te geven dat iets werkelijk waar of belangrijk is)
Voorbeelden
Zij heeft het zelf gemaakt.
Dit is echt belangrijk.
Jij mag zelf kiezen.
Hij komt wel morgen.
Tips
- 'Wel' gebruik je vaak om een tegenstelling aan te geven.
- 'Zelf' staat meestal direct na het onderwerp.
- 'Echt' kun je gebruiken vóór een bijvoeglijk naamwoord of werkwoord om extra nadruk te geven.