De brief wordt geschreven.
- Taal
- Nederlands
- Niveau
- B1
- Eenheid
- Werkwoordtypen en diathese
- Oefentypen
- 0
Wat dit grammaticapunt behandelt
De passieve vorm (lijdende vorm) gebruik je in het Nederlands wanneer het belangrijker is wat er gebeurt, dan wie het doet.
Wanneer je het gebruikt
Je gebruikt de passieve vorm als je niet weet wie de handeling uitvoert, als die persoon niet belangrijk is, of als je de nadruk wilt leggen op de handeling of het resultaat.
Belangrijke vormen
- Worden + voltooid deelwoord (vooral voor de tegenwoordige tijd): Het boek wordt gelezen.
- Zijn + voltooid deelwoord (vooral voor de voltooide tijd): Het boek is gelezen.
Voorbeelden
Het huis wordt geschilderd.
De auto is gerepareerd.
De maaltijd wordt bereid door de kok.
Tips
- Gebruik 'worden' voor de tegenwoordige en toekomende tijd, en 'zijn' voor voltooide handelingen.
- De handelende persoon kun je toevoegen met 'door', maar dit hoeft niet.
- Het voltooid deelwoord staat aan het eind van de zin.
Uitzonderingen en randgevallen
- Sommige werkwoorden hebben geen passieve vorm (zoals 'zijn', 'worden', 'hebben').
- Met modale werkwoorden kan de structuur ingewikkelder zijn (bijvoorbeeld: 'Het boek moet gelezen worden.').